Alles gebeurt met jou

In mijn vorige blog heb ik een poging gedaan om aan te tonen dat er geen persoon is die controle heeft over dat wat er gebeurt en er is. Dat er in de werkelijkheid geen persoon is. Het mooie van non-dualiteit is dat het voorbij kan gaan aan elk concept en idee dus ook het idee dat er geen persoon is.

Wie is die persoon?

He kun jij mij die appel geven? Tuurlijk! geen probleem.

Fijn toch? Het is alleen geen appel wij noemen het een appel omdat wij op deze manier het absolute aan elkaar kunnen beschrijven. Of althans delen daarvan, welke door de labels afgescheiden lijken te zijn van het geheel.

Een naam blijkt een krachtig label, je zou kunnen zeggen zo krachtig dat het zijn of haar eigen leven is gaan leiden. Als kind krijg je die naam zomaar toegewezen. Eerst doe je er niks mee. En dan praat je over jezelf in de derde persoon. En vervolgens kom je erachter dat mensen jouw bedoelen met die naam. Of althans dat denken mensen, omdat zei zelf ook het idee hebben een Jantje of Liesje zijn.

De naam ofwel de persoon/persona hangt vervolgens alles wat het niet kan verwerken op aan die naam ergens in het brein waar herinneringen huizen. Herinneringen en later ook fantasieën over de toekomst worden allemaal onder het label gehangen, want ik ben immers jeffrey toch? Dat zegt iedereen elke keer tegen mij.

De leer van het vingerwijzen uit Zen

“Don’t mistake the finger for the moon.”

Wat hier in Zen mee bedoeld wordt is precies waar de persoon de mist in gaat. De persoon het innerlijke ikje is ervan overtuigd geraakt dat het dat gene is waar naar verwezen word. In realiteit is de persoon de vinger waarmee gewezen wordt naar dat wat voorbij weten en kennis gaat.

De oneindige afscheiding – Maya

Maya een mooi woord uit boeddhisme. De conceptuele wereld van woorden en symbolen waar wij mee communiceren lijkt een eigen leven te leiden, voornamelijk in ons innerlijke dialoog. Het innerlijke dialoog wat niet door een persoon of voor een persoon ontstaat lijkt over jouw te gaan. In realiteit is dit een verschijning net als zogenaamde externe ervaringen ook onpersoonlijk zijn. De persoon leeft in en van dit innerlijke dialoog, het is immers volledig gebaseerd op abstract heden.

Wie ben ‘ik’ dan?

Wat mij altijd gefascineerd heeft, is waarom iedereen zichzelf ik noemt. En zichzelf niet benoemt vanuit de derde persoon met hun naam zoals ze doen met alles.

Wie ik is gaat dus voorbij aan dat waar de vinger naar wijst het is onbeschrijfelijk en niet conceptueel te vangen. Het is een ontmoeting die voorbij gaat aan woorden. Dit is wat er lijkt te gebeuren als de soliditeit van de persoon weg valt, omdat dat waar naar verwezen word er altijd al is en altijd al is geweest.

Advaita / non-dualiteit & zen verwijzen in hun puurste vorm naar het vormloze.

Met dank aan Anātman